Hij is een groot gebit rond Samoa
men noemt hem 'Heer der Diepten'
men noemt hem 'Wandelende Jood der Waterwoestijnen'.
Vuurlanders slingeren hem schelpen na,
noemen hem 'Doodsoog. Waterkanker.'
Doodsogen, dof metaal dat wegzwemt in kil vlees.
Mijn oog is helder als het water
waarin de laatste walvis stierf
ik weet wat plankton fluistert
en versta de taal der lawines
maar de haai zwemt zwijgend
in de zwarte spiegel van mijn droom
brult in een dialekt van tanden
bloedende zinnen die zinken
voor ik ze gehoord heb.
Under the spreading chestnut tree
I sold you and you sold me
There lie they, and here lie we
Under the spreading chestnut tree